“God, als U wilt dat ik verder moet gaan met Mathijs, mag ik dan op de terugweg weer naast hem zitten in het vliegtuig?”

DIE EERSTE ONTMOETING

Mei 2013. We hebben net kennis gemaakt. Het is nog een beetje onwennig, maar dit is dus de groep waar ik komende zomer mee naar Ethiopië ga. Ik kijk eens rond: er zitten wel een paar leuke jongens bij. Allemaal een vriendin. Jammer… En verder? Eentje heeft dezelfde achternaam, maar verder hebben we weinig gemeen volgens mij. Bovendien is hij staflid en ik deelnemer. Geen optie dus! Mijn ‘ware’ moet ik dus ergens anders tegenkomen.

Een paar weken later is het zo ver: we zitten in het vliegtuig. Ik zit naast Mathijs, mijn achternaamgenoot. We hebben het eigenlijk best heel gezellig! We praten over van alles en nog wat. Ik heb nooit geweten dat een man zo veel kan kletsen…

In de dagen die volgen merk ik dat hij me toch wel wat doet. Maar wat moet ik daar mee? Zou ik er iets mee willen? Ik ben er eigenlijk nog niet helemaal uit als iemand uit de groep me vraagt: Sanne, wat is dat met jou en Mathijs? Huh, wat?! Hoezo? Hoe kan het dat anderen blijkbaar al iets zien gebeuren, terwijl ik het zelf niet eens weet?

De rest van de tijd in Ethiopië blijft hij in mijn hoofd hangen. Sterker nog, ik ben best wel vaak ‘toevallig’ in de buurt van hem te vinden. En als we op een heldere avond met een aantal van de groep naar de sterren staan te kijken, hoop ik stiekem dat hij achter me komt staan en zijn armen om me heen slaat. O jee, denk ik dat echt? Dat kan ik toch niet maken?!

Ik ben in de war, kan niet meer helder nadenken. Ik besluit het aan God voor te leggen. God, wat moet ik hier mee? Wilt U dat ik hier verder in investeer?

Omdat ik toch wel heel graag een concrete aanwijzing wil, leg ik Hem het volgende voor: God, als U wilt dat ik verder moet gaan met Mathijs, mag ik dan op de terugweg weer naast hem zitten in het vliegtuig?

Met het ticket in de hand loop ik naar Mathijs. Stoelen B en D… Naast elkaar, maar wel met een gangpad er tussen. Wat moet ik dáár nu weer mee? Ik vat het maar op als een knipoog van God.

Nu, 5 jaar later, zijn we ruim een jaar getrouwd. Het liep dus toch wat anders dan ik had bedacht…